Mieke Van Geel over de veranderende stadsbibliotheek van Antwerpen

Gesprek: Miek De Kepper. Tekst: Patrick De Rynck

De bibliotheek teruggeven aan de gemeenschap: dat zorgt voor fierheid

Gesprek: Miek De Kepper. Tekst: Patrick De Rynck

De begrippen zijn inmiddels bekend: duurzaamheid, cocreatie, netwerken, gebruikersexpertise, circulair werken in plaats van lineair en aanbodgericht… Maar hoe breng je ze als sturende principes in praktijk, bijvoorbeeld in een bibliotheek van een stad als Antwerpen? Hoe maak je van je bibliotheek een netwerkorganisatie? Door (kleinschalig) te experimenteren en te durven vernieuwen, blijkt uit het verhaal van Mieke Van Geel, coördinator innovatief cultuurbeleid. En door radicaal uit te gaan van je context.

Urban wijsheid

Miek De Kepper: “De Permeke-bibliotheek experimenteert met de ‘Urban Bib’: met een interactieve installatie van 20 vierkante meter en met urban gastcuratoren halen jullie de straatcultuur binnen.”

Mieke Van Geel: “We zijn op de kar gesprongen van een Vlaams initiatief van Urban Woorden. Zij waren vragende partij om in bibliotheken urban bibs te organiseren. Wij wilden daar in Antwerpen ineens ook de nieuwe visie mee uittesten: naast je eigen expertise zet je ook die van andere mensen en communities in om waarde toe te voegen. Je inspireert en laat je inspireren, je biedt een platform voor kennisdeling en debat. En dus zijn we niet alleen naar onze collectie urban arts gaan kijken. Die hebben we sowieso in huis. We konden ze in de kast zetten, en klaar.”

“We hebben de vraag gesteld hoe wij die scene, die in de stad aanwezig is, konden inspireren, en ook andere mensen die er minder mee vertrouwd zijn. Hoe zorgen we ervoor dat het publiek, de curatoren, de gebruikers enz. mee de collectie maken? En dat mensen gaan participeren en delen en verspreiden? We zijn gaan praten met een Antwerps collectief van jonge schrijnwerkers, IT’ers en interieurarchitecten. We wilden een creatief meubel, daar moest alles uit de collectie in kunnen wat ‘urban’ is en tot nu verspreid stond bij kunsten, sport, strips… En er moest een verhaal in zitten. Zij zijn met een ontwerp van een installatie gekomen: je kunt er boeken in kwijt, maar je kunt er ook een dutje in doen, optreden, geluiden uit de stad beluisteren, je eigen muziek maken.”

Miek: “Hoe past zo’n experiment in het verhaal van de bibliotheek van de toekomst?”

Mieke: “We verschuiven de focus van de boeken naar de mensen. De boeken blijven een heel belangrijke grondstof, die kwaliteitsvol moet zijn en die je moet inzetten om dingen in beweging te krijgen. Maar mensen komen niet alleen boeken halen, ze willen ook geïnspireerd worden door wat er gebeurt in de bibliotheek of wat er wordt gepresenteerd. We moeten verbindingen leggen met andere dingen in de stad en zo ‘wijsheid’ laten ontstaan. Veel mensen weten bijvoorbeeld niet wat ‘urban’ betekent, of ‘urban arts’. Wel, als je het wil weten, kun je in ons meubel snuisteren en heb je een eerste beeld. Of je volgt een workshop en je weet wat urban street dance is.”

Gemeenschapsgevoel

Miek: “De wijsheid waar je het over hebt, is dat een hedendaagse vertaling van de oude idee van de emancipatorische bibliotheek, haar DNA?”

Mieke: “Het is precies hetzelfde. Maar het gaat een stap verder. Vroeger had je volksverheffing nodig omdat veel mensen gewoon geen toegang hadden tot boeken en literatuur. Tot kennis in het algemeen. Maar met die kennis werd in de bibliotheek niet genoeg gedaan. Dat is fel geëvolueerd. Er zijn in de stad ook nieuwe noden ontstaan: een op de vier kinderen groeit op in kansarmoede. Daar moeten wij op inzetten: hen toegang verlenen tot boeken en wat daarachter zit aan kennis en ontplooiing. Alleen boeken, dat volstaat niet meer.”

Miek: “En dus verleg je je focus. Maar hoe doe je dat?”

Mieke: “Ik denk bijvoorbeeld aan de vele anderstalige senioren op Linkeroever, mensen die vaak zitten te vereenzamen. Die kwamen niet naar de Elsschot-bibliotheek, ook al hebben we een collectie op maat. Hoe lok je ze? Door ons als bibliotheek te verbinden met de partner ‘Atlas’, die ook in de wijk actief is rond taal en inburgering, heel laagdrempelig, en door een gastvrije plek aan te bieden. Zo hebben we de keten rond taal kunnen versterken. Zij kunnen bij ons bijvoorbeeld terecht met hun eigen kennis en expertise over koken en breien, en ze krijgen intussen heel eenvoudige Nederlandse lessen. Zo leren ze ook weer andere mensen kennen. Het zit altijd stampvol sinds dat goed op gang is gekomen.

“Door de rol van de bib te verbreden naar maatschappelijke noden konden we ook de ouders van kinderen die hier zelfstandig komen bij de bibliotheek betrekken, waardoor de anonimiteit van die kinderen wegvalt: hun familie komt nu ook. Zo krijg je meer een gemeenschapsgevoel.”

Bibliotheek van zaden

Miek: “Verbindend samenwerken, hoor ik je zeggen. Waardoor je samen energie en middelen kan inzetten in tijden van besparingen? Lukt dat?”

Mieke: “We werken als bibliotheek in veel van onze filialen samen met Atlas en het Webpunt. Die ‘heilige drievuldigheid’ is een goed recept om een inclusieve rol op te nemen als bib. De eerste projecten om mekaars werking te versterken werden opgestart op Luchtbal en Linkeroever. Op basis van een demografische analyse van de wijk hebben we samen met die partners strategische doelen bepaald die inspelen op taal en mediawijsheid. Van daaruit zijn er verschillende projecten ontstaan zoals de kinderredactie van Linkeroever.”

“Tijd, skills en materiaal… dat moet je samenbrengen. En je opstellen als een open huis, ook voor partners, dan los je al veel op. Iedereen wint erbij en niemand moet zijn doelgroep nog gaan zoeken. Je kunt en moet dat volgens mij overal realiseren. Er zal nergens personeel bijkomen en de jaren 1970 en 1980 komen niet meer terug, met personeel in overvloed. We zullen veel meer keuzes moeten maken, strategisch focussen en daar gericht partners voor zoeken. Het beste maak je die analyse samen met de mensen. Je moet vraaggestuurd werken en daardoor soms eerst de lat wat lager leggen om doelgroepen binnen te krijgen. Evengoed zijn er klanten die met veel expertise binnenkomen en die je ook kunt inzetten. Zij maken zelf hun traject.”

“Neem de drie zadenbibliotheken die we nu in Antwerpen hebben. Dat project is begonnen in het Ecohuis en werd vervolgens gespreid over de stad. Door de bibliotheek natuurlijk, dé expert in het organiseren van verzamelingen! Wij geven nu dus zadenbibliotheken creatief vorm. Mensen die met moestuinen bezig zijn delen hun expertise en hun zaden met anderen. En wij krijgen van hen suggesties voor onze collecties: ‘Zeg, er is een nieuw boek uit dat interessant is voor moestuinen.’ Ook de natuurorganisatie Velt doet mee. Je bouwt dus kennis op vanuit je gemeenschap. Je vindt die bij mensen zelf en de netwerken die zij mee binnenbrengen. En je geeft ze terug.”

“Deze manier van werken creëert een goede basis om de expertise van de bib op haar beurt opnieuw toe te voegen: door je eigen programmatie ermee te verbinden, te ondersteunen bij curatorschap, te faciliteren bij communicatie, podiumkansen te bieden…  Zo zorg je ervoor dat kwaliteit bewaakt blijft.”

Koormuziek uit Ekeren

Miek: “Je context en je bevolking kennen en je werking daaraan aanpassen, daar komt het op neer. Je minder afvragen ‘wat heb ik in huis?’ en meer ‘wat is er nodig?’”

Mieke: “Inderdaad. Nog een voorbeeld: de cd wordt irrelevant. Nu maakt een klein publiek er nog gretig gebruik van om cd’s thuis te digitaliseren, maar waar ben je dan mee bezig? Het betekent dat onze muziekafdelingen op zoek moeten naar wat er in hun rayon goed draait, en waarom. Waarom draait een jazzcollectie goed? Omdat er ‘iets’ is in de stad. Als je dat ‘iets’ met je jazzcollectie kunt verbinden, zit je goed.”

“In Ekeren onderzoekt men nu welke onderdelen van de muziekcollectie relevant zijn en betekenisvol voor Ekeren. Koormuziek bijvoorbeeld, want Ekeren staat daar bekend om. Dat is daar een stuk van het DNA en moet je dus hebben. Er worden ook jongerenfestivals georganiseerd. Wel, die muziek moet je in de bibliotheek terugvinden. Ook wat in het cultuurcentrum geprogrammeerd wordt, of door andere muziekverenigingen. Of neem muziekgroepen die hun oorsprong in Ekeren hebben, zoals Hugo Matthysen… Zo creëer je wijsheid rond muziek. Niet met bakken vol met cd’s, dat zegt niets. Het muzikale DNA, dat moet je terugvinden als je in die bibliotheek binnenkomt. We zullen mensen uit Ekeren ook vragen een jukebox te vullen met songs die voor hen belangrijk zijn geweest. Want muziek verbindt mensen: zingen, dansen, spelen… Dat delen van muziek leeft. En als bibliotheek moet je mensen ook wegwijs maken in de nieuwe digitale kanalen: Spotify enz. Dat is je rol.”

”Het is een leuk gesprek om met je muziekmedewerkers te voeren. Hun werk wordt nog interessanter en het  geeft hen de kans om buiten de muren van de bibliotheek te treden. Publiekswerking, dat is een nieuwe rol… En natuurlijk is er koudwatervrees en weten we nog niet of het gaat lukken. Je kunt dat niet voorspellen. Dat hoort bij verandering. Zo zou ik nog wel wat projecten kunnen noemen.”

Gif

Miek: “Beginnen met bescheiden projecten die als hefboom dienen om verder te gaan en meer te doen, dat is wat ik hoor.”

Mieke: “Zeker, als een soort van besmettend gif… Ook omdat je niet kunt uitgaan van grote theorieën. ‘Van instelling naar netwerkorganisatie’, dat werkt niet… Nu, voor het doorsijpelt en mensen erin gaan geloven, ben je al een paar jaar verder. Maar als het lukt en je hebt resultaat, dan zijn medewerkers echt wel mee en content. Ze voelen ook dat ze dichter bij hun echte job komen, hun DNA van bibliotheekmedewerker.”

“De nood was ook hoog om de bibliotheken te herinrichten. Als je cocreatieve processen wil organiseren en de bibliotheek dus ‘een mede-maker’ wordt, heb je plaats nodig, moeten de rekken opzij en heb je meubels nodig die een bepaald gedrag stimuleren. Ik weet wel, samenwerken met creatievelingen en een zootje ongeregeld, niet iedereen vindt dat leuk. En ik kan aan het begin van een traject ook niet voorspellen: zo zal het lopen… Voor sommige mensen is dat minder plezant, die ‘zotte’ projecten tussendoor. Maar we proberen een evolutie op gang te zetten. Ik hoop dat we mekaar daarin nog beter kunnen vinden.”

Van lineair naar circulair

Miek: “Je schrijft dat we het lineaire en aanbodgerichte programmeren moeten inruilen voor een meer circulaire beweging…  Wat betekent dat in de praktijk van de cultuurcentra en de bibliotheken?”

Mieke: “Cultuurcentra prospecteren, programmeren en verkopen tickets. Al gaat het elk jaar over andere namen, de manier van werken is dezelfde. Zo gaat het al jaren. Bibliotheken verzamelen, behandelen en ontsluiten. En dat blijft waardevol en nodig: het maakt dat de grondstof er ligt waarmee je aan de slag kunt. Dat hoeft dus niet te verdwijnen. Maar je moet er wel méér mee doen: mensen inspireren en aanzetten tot cocreatie, tot participatie en het delen van dingen. Niet met alles, maar met dingen waar je op focust en die van belang zijn. Als je als cultuur- of gemeenschapscentrum op jongeren mikt, is het niet genoeg jeugdtheater voor jongeren te programmeren, tien scholen te ontvangen en af te vinken. Nee, je moet trajecten opzetten die meer diepgaand zijn, langdurig en verbindend. Zo blijven jongeren meer verbonden met een huis.”

“Denk aan de urban-bib waar ik het al over had: rond de collectie urban-boeken bouw je een werking uit die ook vanuit de stad komt, met kennis en expertise die je verbindt met je collectie. En je laat de betrokkenen een werking opzetten die weer anderen laat kennismaken: slam poetry, theater, muziek, dans enzovoort. Zo krijg je een dynamische werking met je jeugdprogrammatie én je collectie. En zo verbind je jonge mensen met je huis. Je doet misschien minder, je programmeert minder bekende groepen, maar het is wel door henzelf gedaan. Zo leren ze ook organiseren, gebruiken ze een plek, creëer je verbinding. Minder maar beter.”

Duo-dates

Miek: “Projecten, processen, verbinden… Dat vergt van medewerkers andere competenties. Of een andere attitude?”

Mieke: “Je moet ervoor openstaan. Zo zijn veel programmatoren zelf vragende partij. Dat blijkt uit een werkgroep hier in Antwerpen. Zij vragen zich ook af: wij programmeren nog altijd voor het publiek van tien jaar geleden: hoger opgeleid, vrouwelijk, veertig plus… We zien geen kleur in het personeel, in het publiek, op het podium. Als we nu eens met het podium zouden beginnen… Duo-dates is nu een project hier, dat gegroeid is vanuit de programmatoren zelf. Elk huis dat meer kleur op het podium wil, heeft zich verbonden met kunstenaars van allochtone afkomst uit verschillende disciplines, die ook de allochtone gemeenschappen beter kennen. Zij kunnen de vertaalslag maken: hoe maak je verbinding zonder betuttelend te zijn? Ik vind het tof dat ze juist met artiesten beginnen. Zo krijg je vanzelf een ander publiek en een andere perceptie van het cultuurcentrum. Ik zie in Antwerpen ook dat cultuurcentra veel meer op locatie gaan organiseren, dat ze zelf naar scholen, ziekenhuizen, woonzorgcentra gaan… Daar kun je meer op maat werken en inspelen op interesses. Dat is niet wereldschokkend, maar wel een switch: buiten je huis treden, je podium loslaten…”

“Specifiek voor een stad is dat je grote culturele spelers hebt en dat je met lokaal cultuurbeleid meer op maat kunt werken. Dat kun je je hier permitteren. Cultuurcentra en ontmoetingscentra kunnen zich flexibel bewegen: je hebt toch voldoende spelers. Je kunt je aanpassen aan je demografie. Maar de evolutie naar meer eigenaarschap zie ik toch ook overal, niet alleen in grote steden.”

Moestuin

Miek: “Het gaat volgens jou de goede richting uit, dus?”

Mieke: “Ja, zeker. De inwoner, gebruiker of klant in het midden! En niet meer wij die gaan vertellen wat ‘juist’ is. Mensen brengen zelf expertise en betrokkenheid binnen. Het is een andere manier van denken. Je moet dat ook fysiek merken in je organisatie. Je ontvangt mensen naast je, niet meer voor jou aan een balie. De uitdaging voor cultuurcentra en bibliotheken wordt nu dat we een verhaal ontwikkelen. ‘Ontmoeting’ is te flou en geeft veel onzekerheid. Je moet betere, gerichtere, duidelijkere keuzes maken. Dat verhaal is overal anders. Er zijn natuurlijk wel gemeenschappelijke processen, maar het verhaal zelf hangt af van de noden in je buurt, de partners met wie je in zee gaat… Het kan zo verschillend zijn van buurt tot buurt. Bibliotheek Ekeren legt bijvoorbeeld muziek, moestuinen en jeugdliteratuur als accenten. Daar zullen de ontmoetingen rond draaien. Wie voor games komt aankloppen, zal daar voorlopig niet geholpen worden, wel in Permeke… In Hoboken zetten ze in op radiomaken. Enzovoort.”

Lessen voor verandering

Miek: “Tot slot: wat zijn voorwaarden om te slagen, en valkuilen? Wat is jouw wijsheid voor collega’s?”

Mieke: “Ik heb geleerd dat je vooral dingen moet proberen. Probeer kleinschalig iets op te zetten, maak er wat geld voor vrij. En tijd ook. Haal de balies weg. Probeer het proces van inspireren, cocreëren, participeren en zie wat het geeft. Je leert er zoveel uit. En als je doorhebt hoe je dingen doet bewegen, dan kun je het proberen met weer iets anders. Een valkuil is dat je te snel wil gaan en medewerkers niet mee zijn. Maar probeer toch maar mensen te besmetten. Blijf ervoor gaan.”

“Probeer ook te kijken welke waarden voor jouw organisatie belangrijk zijn, zoals fierheid: fierheid bij de medewerkers om wat ze doen en bij de klanten om wat ze zelf kunnen ondernemen en leren. Fierheid om wat je aanbiedt en samen creëert. Fierheid omdat je de bibliotheken en cultuurcentra weer aan de gemeenschap kunt geven. Het gevoel van eigenaarschap creëren, dat zorgt voor fierheid. En goesting.”